Moocs

Standaard

Omdat ik natuurlijk zelf niet in slaap kon komen net wanneer mijn bijna 4 maanden oude dochter de hele nacht doorslaapt, heb ik een podcast van BBC Documentaries beluisterd. De titel van de documentaire was The Educational Revolution part 2. Het echte onderwerp bleek echter ‘moocs’ te zijn en eerlijksheidshalve was ik dit acronym nooit eerder tegengekomen.

‘Mooc’ staat voor massive open online course. MIT en Harvard – twee Amerikaanse elite universiteiten uit Boston – zijn in een samenwerkingsverband de website edX gestart. Nu doen ook andere universiteiten hieraan mee, waaronder de TU Delft. Op deze website kan iedereen zich inschrijven voor vakken en hier online hoorcolleges over volgen en opdrachten voor maken. Gratis! De cursist krijgt hiermee natuurlijk geen Harvard diploma en ook geen studiepunten die hij voor zijn eigen studie zou kunnen gebruiken, maar wel een certificaat. Omdat deze vakken door grote aantallen studenten tegelijkertijd gevolgd kunnen worden en de vakken voor iedereen openstaan, heten ze dus massive open online courses (moocs).
Een voordeel hiervan is dat iedereen die beschikking heeft over een computer met internet deze vakken bij een hoog aangeschreven Amerikaanse universiteit kan volgen. De cursist volgt de cursus gratis en hoeft zodoende niet de enorme bedragen op te hoesten die een échte Harvard student wel zal moeten ophoesten.
Helaas is gebleken dat de gewone colleges in Amerika deze moocs gebruiken voor hun eigen studenten in plaats van de echte colleges gegeven door de bij het college werkzame docenten; docenten van deze colleges lopen het gevaar hun baan te verliezen door de opkomst van deze moocs. Eén van de pioniers van moocs, Mitchell Duneier (sociologie professor bij Princeton), heeft om deze reden afstand genomen van het hele mooc fenomeen.
Sommige vakken moeten worden afgesloten met een tentamen of essay. Het kan natuurlijk niet van een docent verwacht worden dat hij duizenden essays gaat lezen en nakijken, dus daar is iets op gevonden. De docent kijkt de eerste 100 essays na met behulp van een rubric. Vervolgens worden deze data verzameld en in een computer gegooid, die vervolgens met deze gegevens alle andere essays gaat ‘nakijken’ en becijferen!
Niet veel studenten maken hun cursus daadwerkelijk af:  maar liefst 90% van de cursisten haakt voortijdig af. Zou dit te maken hebben met de afstand tussen professor en cursist?
De documentaire is onder andere hier (gratis!) te beluisteren.
 Signature

Baby ‘must-haves’ (1)

Standaard

Het verzamelen van een baby-uitzet voelde voor ons alsof we voor het eerst naar de middelbare school zouden gaan en alles gingen kopen wat er op de boekenlijst stond voor het geval je iets niet kocht en het toch heel erg nodig bleek te hebben. Je koopt veel te veel en gebruikt uiteindelijk maar een kwart van wat je hebt aangeschaft.

Ik ben nu 3,5 maand moeder van N. en nu we samen onze draai een beetje hebben gevonden, kan ik een lijstje maken met baby must-haves en baby must-not-haves; spullen die we niet of nauwelijks gebruiken.

Must-not-haves

1. Kruikzakken: de kraamverzorgende zei ons al de eerste dag dat ze daar niet meer mee mogen werken, omdat het gevaar van lekken te groot is. In plaats hiervan gebruikte ze een hydrofiele luier om de kruik in te wikkelen en legde ze daar een dikke knoop in, die ze naar de baby toe legde. Daarbij komt dat we maar heel kort een kruik hebben gebruikt (niet langer dan twee weken).

2. Navelbandjes: hierover was wat discussie. Mijn schoonmoeder zei dat we navelbandjes moesten gaan gebruiken omdat zij dit ook bij haar twee zoons gedaan had en niet bij haar dochter en dat haar dochter uiteindelijk een navelbreuk had opgelopen. De kraamverzorgende zei dat ze al heel lang geen navelbandjes meer gebruiken en dat het navelstompje het beste aan de lucht kan drogen. We hebben de navelbandjes dus uiteindelijk niet gebruikt. N. heeft een prachtige navel.

3. Krabwantjes: de krabwantjes heb ik alleen in het begin een paar keer gebruikt als gewone wantjes als het koud was buiten en ik met haar naar buiten ging, maar we hebben ze (nog) niet hoeven gebruiken omdat N. jeuk had en zichzelf openkrabde (afkloppen!).

4. Neuspeer: wat een onding is dat zeg; het werkt voor geen meter. Vaak pulken we de snotjes er gewoon zelf uit.

5. Badolie: de kraamverzorgende zei dat we beter geen badolie in het badje konden doen in verband met het inslikken van water door de kleine waar dan ook badolie in vermengd zou zitten.

Nu wat meer persoonlijke must-not-haves.

6. Fopspeen: je krijgt fopspenen vaak gratis in ‘blije-dozen’. Onze N. wil niets van een fopspeen hebben. De enige fopspeen die ze nog een beetje in haar mond wilde houden, was die van Avent (de meest lelijke, als je het mij vraagt). Omdat het mij wel handig leek dat N. een speen fijn zou vinden, heb ik ook nog andere merken gekocht om te proberen. Nu heb ik twee Avent spenen, twee Bibi. twee Difrax en een Mam speen en N. doet er helemaal niets mee.

7. Een wandelwagen: we hebben best een tijdje rondgekeken voor een wandelwagen/kinderwagen die we mooi en handig vonden. Uiteindelijk zijn we uitgekomen op een Binque Daily van Koelstra. De reiswieg vindt ze helaas niets, ook na herhaaldelijk proberen niet. Nu moet ik eerlijk bekennen dat mijn schoonouders een tweedehands Mutsy hebben staan en daarin lijkt ze het wel naar haar zin te hebben. Prik mij maar lek.

Must-haves

1. Hydrofiele luiers, monddoekjes, washandjes: hier kan je er bijna niet genoeg van hebben. Wat de hydrofiele luiers betreft vragen wij ons af waarom volwassenen zich daar niet meer mee afdrogen: niets droogt zo goed als een hydrofiele luier.

2. Voedingskussen: ik heb het voedingskussen al tijdens mijn zwangerschap gebruikt om comfortabel te kunnen liggen met mijn dikke buik. Nu gebruik ik hem bij het voeden; het zorgt voor een goede houding en zo ook dat ik N. goed kan aanleggen. Verder gebruiken we het ook als we N. slapend in de box willen wegleggen. N. ligt graag op haar zij en dat kan mooi als ze in het holletje van het voedingskussen ligt.

3. Hoppediz Bondolino draagzak: omdat we geen auto hebben en ik verwachtte veel onderweg te zijn én omdat ik gelezen had dat dragen door veel moeders en baby’s als fijn wordt ervaren, wilde ik heel graag een draagzak hebben. Eerst heb ik nog gedacht aan een draagdoek, maar het ingewikkelde vouwen en knopen weerhield me ervan. De Bondolino is één van de meest verkochte draagzakken en ergonomisch voor ook hele kleine baby’s. De Bondolino is heel eenvoudig te gebruiken en N. zit er heerlijk in. Ik gebruik hem eigenlijk altijd als ik met N. op stap ga, ook omdat ze de reiswieg dus niets vindt. Ze weegt nu ergens tussen de 6 en 7 kilo en ik laat zo een uur de hond uit met haar in de draagzak op mijn buik zonder dat ik last krijg van rug, schouders of benen. N. kan lekker om zich heen kijken, maar valt vaak al snel in slaap. De draagzak was niet goedkoop, maar is zeer de moeite waard gebleken.

Image4. Baby gym: toen N. ongeveer 7 of 8 weken was, begon ze echt meer interesse te tonen in dingen om zich heen en wilde ze wat meer gaan ‘spelen’. Twee weken daarvoor had ik via Amazon een baby-gym van Skip Hop Treetop Friends besteld. Hier zit ook een tummy-time kussentje bij. Vanaf het begin vindt N. het ding geweldig. De bogen zijn heel makkelijk te verwijderen en de beestjes die erbij zitten, kunnen op verschillende manieren aan de bogen, maar ook aan de speelmat bevestigd worden.

Image5. Babyfoon: ik zit ‘s avonds, nadat ik N. op bed heb gelegd, toch een stukje rustiger t.v. te kijken nu ik kan horen of ze huilt of niet. We hebben een aantal babyfoons de revue laten passeren, mede omdat ik graag een babyfoon met camera wilde. In eerste instantie hadden we een IP camera van Foscam besteld. Hiermee kan je via WiFi op een smartphone, tablet of PC/laptop je kindje zien. Het beeld was geweldig en met bereik natuurlijk geen probleem, maar het geluid was vreselijk slecht, ook zat er een irritante tik in het apparaat. De IP camera toen maar teruggestuurd en een peperdure Luvion Grand Elite besteld. Geuid was goed, beeld aardig, maar het bereik was ronduit bagger. Nu hebben we een Philips Avent babyfoon zonder beeld, maar het bereik is fantastisch (deze werkt ook op Dect net als de Luvion); zelf op de hoek van de straat hebben we nog bereik. We denken erover om deze (veel goedkopere babyfoon) straks uitbreiden met een IP camera.

6. Badinzet: in eerste instantie vond N. in bad gaan maar niets, totdat ik erachter kwam dat ze zitten in een zogenaamde Tummytub wel heerlijk vond. We bedachten ons dat ze het misschien vervelend vond dat ze in het badje niets onder zich voelde en hebben vervolgens de badinzet geïntroduceerd. Gelijk vond ze het heerlijk om in bad te ‘zitten’ (het is meer hangen). Toen ze nog wat kleiner was, moesten we haar nog wel vasthouden in bad, omdat ze nog te veel naar beneden gleed in de inzet, maar nu is ze zo groot dat ze stevig zit (binnenkort is het badje volgens mij te klein…).

7. Waka Sleep Aid (App): omdat N. nog wel eens van zichzelf wakker schrok, hebben we een app gedownload op onze iPhones en iPad waarop je het zogenaamde white noise (weergegeven door een föhn) kan aanzetten. Je kan een tijd instellen waarna het geluid vanzelf stopt en je kan er zelfs voor kiezen om een hartslag te laten afspelen. Andere geluiden die je kan kiezen, zijn bijvoorbeeld het geluid van regen of de zee.

8. Een rammelaar die makkelijk vast te houden is: in de loop der tijd hebben we veel knuffels voor N. gekregen, maar die zijn vaak te groot en zwaar voor N. om goed vast te kunnen (blijven) houden. De afgelopen twee weken is ze enorm vooruit gegaan in het gericht grijpen naar dingen, het vasthouden en naar haar mondje brengen. Ik wilde dus iets voor haar wat zacht was, niet te groot en wat ze makkelijk zou kunnen grijpen en vast kon blijven houden. Het is een rammelaar van de HEMA geworden. Ze vindt dat ding werkelijk geweldig.

Image9. Een schommelstoel: toen ik thuiskwam met N. uit het ziekenhuis had mijn schoonvader een schommelstoel in onze slaapkamer gezet. Elke avond voed ik N. hierin, lees ik haar voor en valt ze in mijn armen in slaap terwijl we zachtjes wiegen. Dit is vaak echt een genietmoment voor mij.

Heb jij dingen voor de kleine gekozcht die je nog nooit gebruikt hebt of heb je juist iets voor de verzorging van je baby waar je niet zonder zou kunnen? Laat het me weten in de comments!

Signature

Wat ik niet wist over borstvoeding

Standaard

Exclusive breastfeeding is recommended up to 6 months of age, with continued breastfeeding along with appropriate complementary foods up to two years of age or beyond.

~ World Health Organization

Als je bij de verloskundige komt en je bespreekt je bevallingsplan, willen ze ook graag weten of je van plan bent om borstvoeding te geven. Mijn antwoord daarop was altijd een volmondig ‘ja’ aangezien ik weet dat borstvoeding geven het beste is voor je kind. Verder dacht ik er eigenlijk nooit bij na, behalve dat ik zoogcompressen en een voedings-bh nodig had en zou moeten gaan kolven als ik weer zou gaan werken na mijn zwangerschapsverlof.

Mijn dochter werd geboren in het ziekenhuis en, zoals verzocht, vlak na haar geboorte aangelegd. Alleen dat eerste moment is daar aandacht voor geweest door de stagiaire van de klinisch verloskundige. Daarna mocht ik het verder zelf uitzoeken en hoe natuurlijk het proces ook is, voor een motorisch gestoord persoon als ik was het echt niet gemakkelijk.

Thuisgekomen (een dag later) was dit gelukkig wel de main focus van de kraamverzorgende. Mijn dochter was inmiddels sinds haar geboorte 220 gram afgevallen. Nu is het normaal dat pasgeborenen iets aan gewicht verliezen, maar dit mocht niet boven de 10% komen en daar kwamen we gelijk al aardig dicht bij in de buurt. De volgende dag kwam ze aan de 10% en moest ze (helaas) worden bijgevoed met kunstvoeding door middel van fingerfeeding en moest ik gaan kolven om de melkproductie meer op gang te krijgen. Op advies van de kraamverzorgende ben ik ook venkelthee gaan drinken aangezien dit ook zou helpen de melkproductie te verhogen.

Kolven is niet pijnlijk, maar de focus op het voeden die eerste paar dagen heb ik wel als zeer vermoeiend, stressvol en eenzaam ervaren. Melk produceren kost energie en om de drie uur kolven (dus ook midden in de nacht) vreet energie. Als moeder ben je de enige die voor de melk kan zorgen, dus het kwam allemaal op mijn schouders. Ook voelde ik me alsof er iets mis met me was dat het niet gewoon op gang kwam en voelde ik me schuldig dat mijn dochtertje gewicht verloor.

Dan komt de stuwing. En hoewel ik wat verhoging had (kan veel erger heb ik me laten vertellen) en mijn borsten goed zeer deden, was ik alleen maar blij. Het betekende namelijk dat ik voldoende melk produceerde om te kunnen stoppen met het fingerfeeden. Nog steeds had ik moeite met aanleggen en werd hierop steeds gewezen (gelukkig, maar wel ietwat ongemakkelijk soms).

Eindelijk had ik het aanleggen onder de knie, maar nog steeds twijfelde ik aan mezelf. Als mijn dochtertje even wat minder dronk, of onrustig was aan de borst, werd ik onzeker. Doe ik het wel goed? Krijgt ze wel genoeg? Elke week ging ik naar het inloopspreekuur van het consultatiebureau om haar te laten wegen. Pas toen na drie weken bleek dat ze maar bleef aankomen (en niet zo’n beetje ook), kreeg ik meer vertrouwen in mezelf.

Ook kreeg ik te maken met clusteren. ‘s Avonds, rond etenstijd, wilde mijn dochtertje bijna elk uur voeden. Frustrerend, want ik kreeg het gevoel alleen maar op de bank te zitten met een voedingskussen en mijn dochter in mijn armen. Ze dronk ook nog eens ontzettend lang: soms zat ik wel een uur met haar. Ik voelde hoe afhankelijk ze van me was en dat was – om eerlijk te zijn – best benauwend. Het consultatiebureau zei dat dit wel over zou gaan en dit was ook zo.

Op een gegeven ogenblik waren we goed op elkaar afgestemd en raakten we in een soort ‘flow’. Ik begon me trots te voelen dat het me gelukt was om borstvoeding te geven; dat ik had doorgezet – ondanks tepelkloven en verstopte melkkanaaltjes. In mijn zwangerschapsyoga groep is het een aantal vrouwen niet gelukt en ook bij het consultatiebureau hoorde ik veel nieuwbakken moeders zeggen dat ze ermee wilden stoppen.

Mijn doel is altijd geweest om haar in ieder geval 6 maanden borstvoeding te geven, dan gaan baby’s ook vaak hapjes eten. Dat betekende wel dat ik op mijn werk zou moeten gaan kolven. Ik zag hier weinig problemen in, aangezien borstvoeding tot 6 maanden voor vrouwen bij wet geregeld is én ik dacht dat ik – in het onderwijs werkende – vast niet de eerste moeder zou zijn die zou kolven op het werk.

Hoewel bleek dat ze er al in tijden niet mee te maken hebben gehad, is mijn werkgever ontzettend meewerkend geweest. Er was binnen een dag een ruimte voor me geregeld zonder lage ramen, met een stopcontact, tafel en stoel en daar is diezelfde dag nog een slot op gezet. Nu ben ik ze zelf tegemoet gekomen door aan te geven dat ik graag in mijn pauzes wilde kolven (dat is precies rond de etenstijd van mijn dochter, dus dat kwam eigenlijk perfect uit). Deze ruimte is op gezette dagen en tijden voor mij gereserveerd. Ook mag ik gebruikmaken van een koelkast om de melk in te bewaren.

Ik loop er niet bepaald mee te koop, maar de collega’s die ik erover gesproken heb, reageren allemaal positief en komen met hun eigen verhalen. Dat is fijn, want het geeft me net een extra impuls, want hoe je het ook wendt of keert, kolven op het werk is niet mijn favoriete bezigheid en ik blijf me er toch lichtelijk ongemakkelijk bij voelen. Verder moet ik best wel racen, want ik heb twee keer een pauze van een half uur en kolven duurt zeker 20 minuten, maar ik moet ook mijn spullen pakken en weer wegzetten en ik kan moeilijk tegen leerlingen of collega’s zeggen ‘schiet even op, ik moet kolven!’

Zeker nu ik weer aan het werk ben, ervaar ik de momenten dat ik mijn dochter aan het voeden ben, als heel warm en intiem en als ik zie hoe ze groeit, voel ik me ontzettend trots: allemaal door mij!

Een jasje uitdoen

Standaard

De dinsdag na mijn bevalling ontmoette ik voor het eerst onze kraamverzorgster. Zij gebruikte diezelfde dag nog een uitdrukking, die ik nog nooit gehoord of gelezen had; ze zei dat ik na mijn bevalling ‘een jasje had uitgedaan’. Later die week bleek dat ik er mijn eigen interpretatie aan gegeven had.

Ik heb me tot dan toe nog nooit zo rauw en naakt gevoeld als in de week na de bevalling. Niets aan mij was nog heilig of geheim en mijn hart leek te klein voor wat ik nu voelde voor mijn man en onze dochter. Mijn pantsertje – of jasje zo je wilt – lag aan diggelen. Een aantal keren heb ik aan mijn man gevraagd om niet door te vragen en het te bewaren voor als we alleen waren. Die kraamtranen hoefde niemand anders te zien!

Ik legde mijn man uit wat ik onder het gezegde ‘een jasje uitdoen’ had verstaan en hij moest er een beetje om lachen. Hij vertelde me dat het betekent dat je een grote lichamelijke inspanning hebt verricht. Dat klopt natuurlijk ook, al vind ik mijn eigen interpretatie net iets mooier.

Ze is er!

Standaard

Op 5 januari is onze dochter geboren. In het ziekenhuis. Die ochtend kreeg ik een infuus met vocht en later werd daar oxytocine – een weeënopwekker – aan toegevoegd. Ik begon met een klein voorsprongetje: twee centimeter ontsluiting. Na twee uur waren het er vier; er zat progressie in. Twee uur later waren het er nog steeds vier: de latente fase. Een verpleegster zette me onder de douche. Tijdens de vier meter lange wandeling naar de douche kreeg ik een wee. De verpleegster duwde met haar koude hand in mijn rug. Wat een uitvinding!

Ik heb uiteindelijk een uur onder de douche gezeten. Bij de volgende keer toucheren zat ik op zes centimeter. Mijn man vroeg of hij even naar buiten kon. Ik heb, volgens hem, toen hevig met mijn hoofd geschud. Ik kan het me niet meer herinneren. Ik heb een tijdje staand mijn weeën opgevangen. Ook dat was een uitvinding. Telkens als ik een wee voelde aankomen, stak ik mijn wijsvinger op. Dit was voor mijn man het teken om in mijn rug te gaan duwen. Achteraf bleek dat zijn armen helemaal verzuurd waren.

Weer terug op bed. Het was 19:45. Ik voelde persdrang en mocht gaan persen. De gynaecologe zou om 20:00 naar huis gaan. Na tien minuten persen vond ze het niet snel genoeg gaan. Ik moest mijn weeën maar weer gaan wegzuchten. Wat een teleurstelling. Ik keek naar mijn man en zag dat hij haar wel had kunnen vermoorden. Hij hield zich kalm. Voor mij.

De gynaecologe werd afgelost door een klinisch verloskundige en een stagiaire. Van hen mocht ik toegeven aan de persdrang. De omschakeling van wegzuchten naar meepersen (andere ademhalingstechniek) was voor mij heel moeilijk. Ik heb staand, liggend en zittend op een baarkruk geperst. Uiteindelijk moest ik weer op bed, want de uitdrijving duurde te lang (mag maar 1 uur vanwege de langdurig gebroken vliezen). Mijn bekkenbodem was te sterk. De verloskundige heeft nog geprobeerd met gel het hoofdje van de kleine glad te maken en haar met verschillende grepen op de wereld te zetten, maar het mocht niet baten. De stagiaire heeft een epi (knip) gezet en onze kleine werd gelijk geboren.

Daar lag ze dan. Op mijn borst. Het leek alsof de afgelopen veertien uur in rook op waren gegaan. De placenta werd vrij vlot geboren. De navelstreng had vier wendingen. Volgens de verloskundige betekende dit dat er nog drie kinderen in het verschiet zijn. Ik heb de placenta niet gezien. Mijn man wel. Hij vertelde later dat er een kleine ‘bij-placenta’ te zien was. Dit kan betekenen dat er in aanleg een tweede kindje bij gezeten had, die het niet gered heeft. Mijn man heeft de navelstreng doorgeknipt.

Mijn benen werden in de beugels gehangen zodat er gehecht kon worden. Dit leek wel een eeuwigheid te duren. Gelukkig kon ik naar onze dochter kijken. Wat is ze mooi! Toch moest ze even bij me weg om nagekeken te worden. Ze behaalde haar eerste test (APGAR) met vlag en wimpel. Daarna mocht ze aan de borst.

Mijn man – nu écht papa – hield haar trots vast terwijl ik onder de douche geschoven werd. Niet te lang, maar ik moest wel proberen te plassen; dat had ik te lang niet gedaan en ze hadden me tijdens het persen niet willen lastigvallen met een katheter. Godzijdank. Overgeplaatst naar een kraamkamer waar de trotse opa, oma, tante en oom met smart zaten te wachten.

Toen iedereen vertrokken was, was het tijd om te gaan slapen. Tot 3:30 uur heb ik, ondanks alle inspanningen, wakker gelegen en gekeken naar onze kleine meid. Dat ik dát op de wereld had gezet, kon ik niet bevatten. Aan mijn andere zijde lag mijn man, in diepe rust. Zonder hem was het nooit gelukt.

Verwachting(en)

Standaard

Als je iets zou moeten weten van in verwachting zijn, is dat je maar beter geen verwachtingen kan hebben.

In de nacht van 2 op 3 januari braken spontaan mijn vliezen. In de ochtend heb ik dan ook de verloskundige gebeld. Ik had nog geen echte weeën en met gebroken vliezen zou je die wel binnen 24 uur moeten krijgen, omdat er anders een verhoogde kans op infectie bij moeder en kind bestaat.

Diezelfde avond kwam de verloskundige nog eens langs, maar er zat bij mij nog geen vordering in. Ik zag mijn wens om thuis te bevallen binnen 24 uur in rook opgaan: de zwangerschap werd medisch en ik werd doorverwezen naar het ziekenhuis.

Op 4 januari om 9:30 kwamen we bepakt en bezakt in het ziekenhuis aan. Daar mocht ik ongeveer een uurtje aan de CTG. Na afloop kwam de gynaecoloog het ‘plan’ bespreken. Voor mij ondertussen al plan ‘W’. Mochten de weeën niet vanzelf op gang komen, dan zou ik de volgende ochtend om 8 uur ingeleid moeten worden.

Nu lig ik dan in het ziekenhuis, met een infuus waar oxytocine doorheen druppelt. Mijn ongeboren dochter heeft al een elektrode in haar hoofdje. Zal ze vandaag geboren worden? Fingers crossed!